Wie in Brabant, Limburg of Zeeland over een willekeurig industrieterrein rijdt, passeert de helft van de tijd een bedrijf dat zich bezighoudt met vernieuwing of dat daarvoor een beroep doet op een dienstverlenende organisatie. De rest dus niet. Opmerkelijk, want vernieuwing is essentieel voor een florerend bestaan en goede ondersteunende partijen zijn er genoeg. Denk aan Kamers van Koophandel en de ontwikkelingsmaatschappen BOM in Noord-Brabant, LIOF in Limburg en Impuls Zeeland, maar ook aan instellingen of bedrijven waar kennis op de plank ligt. Tegen deze achtergrond is het project ToekomstBedrijven ontstaan.
“In Zuid-Nederland weet een kleine groep MKB-bedrijven heel goed de weg wanneer het om innovatie gaat, maar is aan de andere kant sprake van een omvangrijke categorie waarbij het idee leeft van: Innoveren, dat doen wij niet? en Ondersteuning kan toch niet voor ons zijn bedoeld? Dat moet veranderen. Met assistentie van het netwerk van intermediaire organisaties. Om zo eerder, beter en sneller te innoveren.”
Aan het woord is Sjef van Herpt. De adviseur van Syntens, innovatienetwerk voor ondernemers, geldt als projectleider van De ToekomstBedrijven. Het initiatief wordt financieel mogelijk gemaakt door de Provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, het ministerie van Economische Zaken en de Europese Unie. De ToekomstBedrijven ging half 2008 van start en loopt door tot medio 2012.
“We willen 2000 bedrijven interesseren”, zegt Van Herpt. “Duizend in Noord-Brabant, 650 in Limburg en 350 in Zeeland. Zuid-Nederland telt 10.000 industriële en aanverwante MKB-bedrijven, waarvan meer dan de helft onbekend is met wat intermediairs voor hen kunnen doen.”
Wat gaat ToekomstBedrijven precies betekenen? Van Herpt: “De adviseurs van Syntens gaat, soms samen met een medewerker van de Kamer van Koophandel, bij de onderneming op bezoek. In een open gesprek komen allerlei zaken aan de orde. Wat doet het bedrijf? Wat zijn de ambities? Is er de bereidheid nieuwe zaken op te pakken? Wat is het innovatievermogen? Hoe zouden kansen kunnen worden verzilverd? Wij bekijken hoe de benodigde tijd, kennis of financiële middelen kunnen worden gevonden. De ene keer volsta je met stagiairs van een hogeschool, de andere keer met de expertise van een ander bedrijf, de knowhow van een kennisinstelling of met een subsidieregeling. Dit jaar zijn vijf proefgebieden bezocht. We komen in 2008 uit op bijna 200 afspraken bij bedrijven en voegen er daar volgend jaar 500 à 600 aan toe.”