Maart nadert zijn einde en in Oss en omgeving hebben al zeventig ondernemers om tafel gezeten met vertegenwoordigers van De ToekomstBedrijven. Jan Kint, kenner van de sector industrie, legde in vijftien sessies de focus op metaalverwerkende bedrijven. Hoe dat was?
De innovatieadviseur: “Boeiend. Veel bedrijven hebben nog nooit gehoord van Syntens of ont-wikkelingsmaatschappij BOM, en hebben geen of nauwelijks contact met de Kamer van Koophandel. Op eigen houtje proberen ze te vernieuwen, onwetend van de wereld om hen heen die er is om - vaak kosteloos - te helpen om vooruit te komen. Leg je dan eenmaal uit wat de mogelijkheden zijn, dat bijvoorbeeld het ministerie van Economische Zaken veel waarde hecht aan innovatie binnen het MKB, dan kan het gebeuren dat onmiddellijk een aantal vragen of problemen uit de kast wordt getrokken. Over een octrooi, de organisatie, techniek, de open markt en ga maar door.”
Kint gaat vervolgens overzichtelijk te werk. “Ik pik er één onderwerp uit waarmee ik kan aantonen wat wij voor een bedrijf kunnen betekenen. Een week later zoek ik contact en meld ik de ondernemer dat hij voor die specifieke kwestie baat kan hebben bij samenwerking met bijvoorbeeld een Technische Universiteit of een brancheorganisatie als De Metaalunie.”
Op dit moment ziet Kint dat veel bedrijven worstelen met hun productiecapaciteit. Hoe krijgen ze die volledig bezet? Kint: “Deze ondernemingen zijn te helpen door ze te wijzen op instrumenten die brancheorganisaties hebben ontwikkeld om de kostenstructuur inzichtelijk te maken. Aan de hand van dat beeld kan worden besloten om bijvoorbeeld de productie in te krimpen, aanpassingen te verrichten in de inkoop of acquisitie te plegen onder een ander type klanten.”
Kint onderstreept hoe waardevol de verwijzingen zijn. “Dat blijkt wel uit de opvolging die de ondernemers eraan geven. Vaak wordt de verwijzing direct opgepakt, waarna de ondernemers zelf weer contact zoeken met de innovatieadviseur. Na kennismaking met de partij waarnaar is verwezen, blijkt er vaak een weg open te liggen voor verdere samenwerking. En juist daaruit blijkt de waardering voor dit project.”