Het waren drie spannende stellingen waarin de 150 aanwezigen hun tanden zetten. Het scenario bij elke stelling: een derde van het gezelschap werd aangewezen als voorstander en kreeg een fractieleider, een derde voerde oppositie, eveneens onder leiding van een voorman, en een derde kreeg de rol van scherprechter toebedeeld.
Alleen commerciële prikkels kunnen samenwerking in de zorg afdwingen.
Stelling I: 51,4 % vóór, 42,9 % tegen, 5,7 % twijfel.
MKB’ers moeten de regierol in de keten op zich nemen.
Stelling II: 25 % vóór, 75 % tegen.
ICT-innovatie verhoogt het beste de kwaliteit van de zorg.
Stelling III: 48% vóór, 48% tegen, 4% twijfel.
‘Perverse prikkels’
‘Goede exploitatiemodellen zijn van groot belang” tegenover “Commerciële prikkels zijn perverse prikkels”. De twee debataanjagers hadden weinig moeite om bondig hun inzicht weer te geven over de stelling ‘Alleen commerciële prikkels kunnen samenwerking in de zorg afdwingen’.
Zomaar wat argumenten van de voorstanders:
Verdwijnt het financiële gewin van een van de partijen, dan verdwijnt de samenwerking.
Dankzij samenwerking kun je het aantal keuzemogelijkheden voor klanten vergroten. De ene patiënt wil dit en betaalt ervoor, de andere wil dat en betaalt niet of minder.
De meest concurrerende sector is food, maar food is ook de sector waarin het meest wordt samengewerkt.
De tegenstanders brachten onder meer deze argumenten naar voren:
Er mogen best commerciële prikkels zijn, maar lóuter commerciële prikkels, nee, dat is niet goed. Dat leidt soms tot een crisis. Kijk maar naar de kredietcrisis.
Minstens zo belangrijk als commerciële prikkels zijn betere werkomstandigheden en goede communicatie.
Zaken die het algemeen nut dienen, mogen niet blootstaan aan commerciële prikkels.
Ontbrekende macht MKB’er
De MKB’er die de brug slaat tussen klant en zorginstelling en die efficiënt innovatie kan doorvoeren op regionale schaal. Of de MKB’er die de zorgwereld niet kent en alleen maar probeert van kwartjes biljetten te maken? De eerder sprekers, respectievelijk Margot Brouns en Robbert Huijsman, traden voor het voetlicht om te redetwisten over de stelling ‘MKB’ers moeten de regierol in de keten op zich nemen’.
Brouns: “De MKB’er weet als geen ander wat er omgaat bij de cliënt. Verder kent hij de regionale markt en kan hij daar met grote organisaties als Philips inspringen op niches. Bovendien weet de MKB’er als geen ander wat efficiëntie is en kan hij dat omzetten naar de zorg.” Huijsman, counterend: “Het MKB kent de zorgwereld niet en het MKB kent de zorgmedewerkers niet.”
Voorstanders van de these kwamen onder andere op de proppen met:
De non profit sector huurt bijna voor elke klus de profit sector in. Het MKB heeft een helicopter view en kan dus de samenwerking in de zorgketen bevorderen.
Het MKB is gewend met business cases te werken. Voor de zorg is dat erg belangrijk.
MKB’ers zijn geen losse verzameling bedrijven. Ze zijn verenigd in MKB Nederland, en die organisatie ambieert de regierol in de zorgketen.
De opposanten brachten daar tegen in:
Ketenzorg en bijbehorende innovaties vormen complexe materie. Waarom nóg een partij eraan toevoegen? De zorgverlener kent de cliënt al, en zijn rol is wettelijk geborgd.
Regisseren is realiseren is de macht hebben om te effectueren. Het MKB ontbreekt daartoe ten enenmale de kracht.
Dat laatste werd erkend door een MKB’er die tijdens het debat was veranderd van voor- in tegenstander. “We hebben wel de kwaliteit, maar niet de macht en de middelen om de regierol te bekleden.”
‘Wondermiddel versus panacee’
Debataanjager A die zei trots te zijn op de zorg in Nederland, maar de mening te koesteren dat verbetering gewenst is en dat daarvoor een beroep moet worden gedaan op ICT. Debataanjager B die droogjes antwoordde dat fenomenen als zorg-ICT, E-health en E-medicine al jaren het predikaat ‘veelbelovend’ dragen, maar geen panacee blijken te zijn, mede omdat ICT- investeringen in de zorg al decennia uitblijven.
Het was al rap duidelijk: de stelling ‘ICT-innovatie verhoogt het beste de kwaliteit van de zorg’ leidde tot scherpe formuleringen. De gevoeligheid van de kwestie bleek uit het feit dat de stemmen staakten. De debataanjagers en hun achterban hadden dan ook alles uit de kast gehaald om de stemmers voor hun standpunt te winnen.
De voorstanders:
ICT is bijna een wondermiddel. Zie internet, zie Wikipedia. Het verhoogt het welzijn van mensen, omdat je open technologie en open standaarden hebt. Dáár vindt innovatie plaats.
ICT haalt vaak het beste uit de handen van mensen die naast het bed staan.
Uit allerlei onderzoeken blijkt dat huisartsen slecht bereikbaar zijn. Het zou dus verstandig zijn als zij zich met ICT omringen.
Een belangrijk argument van de tegenstrevers:
Er is ook veel non verbale informatie. Die is niet te krijgen via ICT. Harde data zijn slechts een deel van wat kwaliteit in de zorg bepaalt.
Overige artikelen Zorgverleners worden zorgondernemers
Ondernemers aan het woord