NIEUWEGEIN - Ruim dertig bestuurders van zorginstellingen hebben op dinsdag 2 februari bij Syntens in Nieuwegein de tweede matchmakingbijeenkomst van het project Kleinschalig Wonen met Domotica bijgewoond. De deelnemers wilden ‘geïnspireerd’ worden en getuige de beoordeling die zij na afloop gaven zijn zij niet teleurgesteld. Het gemiddelde cijfer was een dikke 8.
Na de eerste groep van 5, die eind vorig jaar is geselecteerd, worden nog eens 5 regionale initiatieven gekozen. Op 5 maart aanstaande moeten de voorstellen bij VWS/Syntens binnen zijn. Begin april worden de instellingen die het hebben gehaald bekend gemaakt.
Uit het enthousiasme, de vragen en opmerkingen van de bestuurders die op de bijeenkomst aanwezig waren valt af te leiden dat er vele voorstellen zullen worden ingediend. De geselecteerden worden dan ook stevig ondersteund door Ernst & Young bij het opstellen van de business case, door Vilans dat het format levert voor het Functioneel Programma van Eisen en door CenCOR, dat de instelling aan een ICT-scan zal onderwerpen. Een Syntens adviseur van de sector Human Health begeleidt de instelling.
Tijdens de matchmakingbijeenkomst stond centraal dat de bestuurders het project moeten trekken. Zij moeten een duidelijke visie hebben. Zo wordt voorkomen dat de techniek leidend is. De aan te stellen projectcoördinator moet in nauw contact staan met het bestuur, zei Syntens projectleider Nico van den Brink. ‘Wij gaan niet in zee met een instelling die alleen een vestigingsmanager op ons afstuurt.’ Jan Thie van Vilans: ‘De Raad van Bestuur moet leidend zijn. Dit project moet je niet parkeren aan de rand van de organisatie.’
Het KWmD project is een doe-project, de deelnemers worden gestimuleerd, en niet gesubsidieerd. Na drie jaar moeten de deelnemers zichzelf kunnen bedruipen. Aan het project kan alleen worden deelgenomen als de instelling al is begonnen met het nadenken over het gebruik van domotica. En het is juist geen bezwaar als er bijvoorbeeld al sprake is van nieuwbouw. Van den Brink: ‘Dit project kijkt naar projecten in uitvoering. Het is niet bedoeld voor het ontwikkelen van bouwprojecten.’
Van den Brink, die ook sprak namens de verhinderde Sita Kishna van het ministerie van VWS, vertelde dat de eerste vijf geselecteerde instellingen erg veel baat hebben gehad bij het maken van de businesscase. Eén instelling is, om de financiering rond te krijgen, in gesprek gegaan met een aantal stakeholders in de regio. ‘Dat werkt dus goed’, aldus Van den Brink.
Marcel Coerver van Ernst & Young geeft trainingen aan de projectleiders van de instellingen, met daarbij meestal de financieel verantwoordelijke. Coerver vertelde dat tijdens de begeleiding van de eerste vijf instellingen is gebleken dat het belangrijk is om goed na te denken over de keuzes die moeten worden gemaakt. ‘Zorginstellingen zijn het niet gewend bedrijfsmatig en zakelijk te opereren. En de financiering is sterk aan regels gebonden en volgt het marktmechanisme niet. Nieuwe activiteiten vallen vaak buiten de financiering’, aldus Coerver. Het maken van de maatschappelijke businesscase blijkt voor veel hoofdbrekens te zorgen. Want: Hoe meet je geluk? Coerver: ‘Er is veel vraag naar de kwalitatieve baten. Daar hebben we een hele slag in kunnen maken.’
Jacques Aarts van CenCOR voert bij de geselecteerde zorginstellingen een nulmeting uit. Hij vraagt naar de visie van het bestuur op ICT en kijkt hoe het in de instelling is georganiseerd.
Aarts, ex-Philips, had een paar belangrijke tips: ‘Begin er niet aan als je helpdesk niet functioneert. En zorg voor een goede beveiliging van je netwerk, anders liggen je ECD’s zo op straat. Journalisten weten daar wel raad mee.’ Tenslotte adviseerde Aarts er zorg voor te dragen dat domotica al in een vroeg stadium wordt opgepakt door de hele organisatie. Een succesvolle toepassing staat of valt met het gebruik door de medewerkers.
Jan Thie van Vilans, zelf thuiszorgarts, benadrukte dat de instelling zelf de keuze moet maken voor een zogeheten ‘system integrator’, die alle techniek aan elkaar knoopt. Die keuze moet dus niet worden overgelaten aan een leverancier. Een belangrijke randvoorwaarde is ook volgens Thie dat de processen goed geïntegreerd worden. De medewerkers moeten er fasegewijs mee leren werken. ‘Als ze het niet begrijpen gooien ze het weg. Dan wordt domotica een gadget.’
Thie benadrukte dat je vooraf goed moet weten wat je wilt bereiken. ‘Het is weten, kunnen en dan doen. In die volgorde.’