Goede perspectieven voor integraal 'workability'-dienstenconcept
Directeur Ruud van Enter van arbeidsmobiliteitbureau Enter@work, ziet in de groeiende vergrijzing een kans om een nieuwe dienst te lanceren, gericht op het realiseren van een hogere werknemertevredenheid en een betere vitaliteit van werknemers. Om richting te geven aan zijn ideeën en een inschatting te maken van de marktpotentie riep hij de hulp in van Syntens en de Vrije Universiteit Amsterdam.
"Als arbeidsmobiliteitbureau werken wij van oudsher relatief veel voor UWV en gemeenten. Onze inzet is er deels op gericht om werkzoekenden aan een passende baan te helpen. In de loop van de tijd hebben we dan ook veel kennis op HRM-gebied opgebouwd, " aldus van Enter. De groeiende vergrijzing zette van Enter twee jaar geleden aan het denken. "De vergrijzing leidt straks tot een toenemende krapte op de arbeidsmarkt." Van Enter voorspelt dan ook dat het steeds belangrijker wordt om aandacht te besteden aan het welzijn van medewerkers.
Hogere werknemertevredenheid
"Tevreden medewerkers leiden tot minder verzuim, minder verloop en meer rust in de organisatie. Werkgevers kunnen door te investeren in een hogere werknemertevredenheid hun wervings- en selectiekosten aanzienlijk terugbrengen en het productiviteitsverlies als gevolg van verzuim beperken." Van Enter putte inspiratie uit het fenomeen 'workability'. "Dit is het creëren en faciliteren van omstandigheden die leiden tot een hogere werknemertevredenheid en een betere vitaliteit van de werknemer. Dit leidt tot een optimalisatie van het werkvermogen binnen de organisatie." Langzaamaan rijpte bij de ondernemer uit Heerhugowaard het idee om een nieuwe dienst te ontwikkelen, die bedrijven en organisaties helpt om medewerkers gezond, tevreden en gemotiveerd te houden. "Nieuw in dit dienstenconcept is dat het uitgaat van een integrale benadering, waarbij aandacht wordt besteed aan HRM, arbo, verzuim en gezondheidsmanagement. Het huidige dienstenaanbod is sterk gefragmenteerd. De meeste aanbieders richten zich slechts op één van deze disciplines."
Beroep doen op externe expertise
Ondanks een sterk geloof in het bedachte 'workability'-concept, ontbrak het van Enter aan de expertise om de volgende stappen te maken. "In die fase stapelden zich veel vragen op," herinnert van Enter zich. "Hoeveel potentie heeft het concept eigenlijk? Hoe groot is de markt waar je je op kunt richten? Op welke sectoren kun je je het best richten? Hoe zien de relevante behoeften in die sectoren eruit? En hoe zet je zo'n nieuw dienstenconcept vervolgens in de markt?" Van Enter besloot hulp in te roepen om deze vragen te kunnen beantwoorden."Ik heb een kennisvoucher van Agentschap NL aangevraagd en toegewezen gekregen. Dit betekende naast een investering van € 2500 een welkome subsidie van € 5000. We konden starten met de uitvoering van een marktonderzoek. Maar aan wie kun je zoiets het best uitbesteden?"
Onderzoeksteam formeren
Een telefoontje naar zijn vaste contactpersoon bij Syntens was voldoende om snel aan tafel te zitten met twee deskundige Syntens-mensen. Van Enter: "Ik had al eerder contact gehad met innovatieadviseur José Laan. Zij had me daarvoor al geholpen de zaak vlot te trekken op een moment dat ik een beetje vastliep met dit project. Zij heeft me in contact gebracht met Christer Guldemond, docent van de Economische Faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een intakegesprek heeft hij een onderzoeksteam geformeerd met ondermeer een onderzoeksassistent van de VU en een onderzoeker van een extern bureau. Onder zijn leiding heeft dit team zich vastgebeten in deze complexe materie en binnen drie maanden een zeer waardevol onderzoeksrapport opgeleverd.
Wat mij opviel is dat zij zich echt goed in de materie hadden verdiept en veel kennis van zaken hadden." Onderzoeksleider Christer Guldemond: "De theoretische modellen die we gebruikt hebben zijn gebaseerd op marketing, strategie en servicestheorie. We hebben veel deskresearch gepleegd en drie interviews gehouden om een beeld te krijgen van de manier waarop in organisaties tegen deze materie wordt aangekeken. Daarnaast hebben we gaandeweg het traject vijf sessies met Enter@work georganiseerd. Eén van onze aanbevelingen luidde dat voor de vermarkting van dit concept veel servicemanagement en servicemarketing benodigd is." De discussies die van Enter met het onderzoeksteam van Guldemond heeft gevoerd, hebben hem doen inzien dat het belangrijk is om eerst specialist te worden in de materie en je pas hierna als dusdanig te profileren.
Meedenken
De directeur van Enter@work vindt het opmerkelijk dat de onderzoekers ook zo nadrukkelijk meedachten over de interne organisatie, die benodigd is om een dergelijk nieuw dienstenconcept in de markt te zetten. "Je verwacht een concurrentie-analyse en een overzicht van kansrijke segmenten. Eén van de adviezen luidde echter om samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere bedrijven op de terreinen waar wij zelf de benodigde expertise missen." Het onderzoek dat onder auspiciën van de VU Amsterdam werd uitgevoerd, wees ondermeer uit dat de zorgsector, het onderwijs en gemeenten veel marktpotentie hebben. Syntens innovatieadviseur José Laan is eveneens blij met de waardevolle aanbevelingen van het onderzoek. "Op basis van het rapport gaan we samen met de ondernemer bekijken wat de volgende stappen moeten worden en hoe we die het best kunnen zetten." Laan herkent de onbekendheid van het bedrijfsleven met de diensten die de VU Amsterdam op dit vlak kan bieden. "Bij marktonderzoek denken bedrijven niet direct aan een universiteit. De Economische Faculteit beschikt echter over veel expertise op dit terrein."